Historie H.P. Steenhuis

Oprichter Hendrik Pieter Steenhuis werd geboren op 24 januari 1850 in Appingedam, waar zijn vader hoofdonderwijzer was. Hij raakte vroeg geïnteresseerd in muziek en het bespelen van het orgel. Van de plaatselijke organist, de heer Rijkens, krijg hij orgelles. Al snel verving hij af en toe de heer Rijkens tijdens de kerkdiensten. Aanvankelijk koos Steenhuis niet voor een muzikaal beroep. Maar hij studeerde door en kreeg les van Johannes Worp (organist aan de Aa-kerk en Martinikerk en componist). In 1875 werd hij aangesteld als organist van de Hervormde Kerk in Sappemeer. In 1891 volgde hij Van Bruggen op als organist van de Nieuwe Kerk in Groningen en in 1901 deze zelfde man als organist van de Martinikerk. In 1890 was hij al benoemd tot klokkenist van de Martinitoren.

H.P. Steenhuis werd zeer gewaardeerd om zijn orgelspel. Hij gaf orgellessen, leidde diverse koren en was lid van de Nederlandse Organistenvereniging, waarvoor hij vaak in de examencommissie zitting had. Hij schreef tal van composities voor o.m. harmonium, piano en koor. Diverse (leer) boeken verschenen van zijn hand, waaronder ook een herziene uitgave van Worp.

In 1898 begon hij op 48-jarige leeftijd zelfs zijn eigen muziekhandel aan de Oude Boteringestraat K74, later nr. 14, in Groningen. In april van datzelfde jaar krijgt H.P. Steenhuis vergunning van de gemeente Groningen voor het bouwen van een nieuwe pui.

In april 1913 treedt H.P. Steenhuis terug en draagt hij zijn bedrijf over aan de nieuwe eigenaren: de familie Oosterheert. Het bedrijf wordt in dat jaar omgezet naar een naamloze vennootschap onder de naam N.V. Piano- en Orgelhandel voorheen H.P. Steenhuis, met Derk Oosterheert (pianostemmer en –reparateur) en Hindrik Oosterheert (pianohandelaar) als directeuren. De eerste commissarissen zijn de heren: mr. G. M. Doornbos (rechter), mr. J. G. Holthuis (advocaat en procureur) en H. P. Steenhuis zelf. Steenhuis blijft indirect met zijn oude zaak verbonden en legt zich tot aan zijn dood in 1934 uitsluitend toe op zijn oorspronkelijke passie: het orgelspel.

Periode 1913-1930

De familie Oosterheert loodst het bedrijf door de Eerste Wereldoorlog heen. In 1918 koopt de N.V. Piano- en Orgelhandel v.h. H.P. Steenhuis het pand aan de Oude Boteringestraat 28 en in 1919 wordt het oude pand aan de Oude Boteringestraat 14 verkocht. Het nieuw aangekochte pand ligt naast het pand op de hoek van de Oude Boteringestraat en de Broerstraat, dat al eerder door de gemeente Groningen was aangekocht. De gemeente wilde dit pand afbreken teneinde de toegang naar het Academieplein te verbreden, maar dit bleek niet mogelijk omdat er een overdekte gang door het huis heen liep. In goed overleg tussen gemeente en H.P. Steenhuis is, na enige herverdeling van de grondstukken, het oude hoekpand afgebroken en heeft H.P. Steenhuis onder architectuur van Joh. Prummel een nieuw hoekpand laten bouwen aan de Oude Boteringestraat 26 dat zoveel mogelijk diende te harmoniëren met de stijl van het Academiegebouw.

In 1920 werd het opgeleverd. In 1922 vindt er een directeurswisseling plaats: Ite Roelf Oosterheert neemt de plaats in van zijn broer Hindrik. In 1925 staat het bedrijf er financieel niet goed voor en wordt er gekozen voor een ingrijpende reorganisatie, daarbij geadviseerd door de heer Duwaer van de Nederlandsche Bond van Piano- en Orgelhandelaren. Er worden met toestemming van de aandeelhouders vele afschrijvingen gedaan, waaronder 75% op de aandelen. Directeur D. Oosterheert neemt vrijwillig ontslag en begint voor zichzelf, zodat er nog maar één directeur overblijft: I. R. Oosterheert. Nog een voorbeeld van een maatregel betreft de boekhouder. Hij is “tevens organist en in staat een piano behoorlijk aan te slaan” en wordt dus breder ingezet.

De economische recessie gedurende de twintiger jaren is duidelijk voelbaar voor de pianohandelaren. Bovendien is de regering voornemens een weeldeverteringsbelasting in te voeren. Reden voor de Bond om hiertegen in actie te komen. Jaarlijks daalt de import van de piano’s drastisch. Men ziet een tijd lang de radio en de grammofoon als concurrent van de piano. H.P. Steenhuis N.V. heeft zich ook nog kort in dit marktsegment begeven, maar dit bleek geen succes.

Na de beurskrach van 1929 breekt een economische wereldcrisis uit, die ook in Nederland grote gevolgen heeft. In Groningen verdwijnen er diverse namen van betekenis: Kunst, Noord-Nederlandsche Piano- en Orgelhandel en Hofman. “Het blijft een kwestie van uithoudingsvermogen”, verzucht de directeur I.R. Oosterheert in zijn jaarverslagen en hij hoopt “dat het publiek binnen afzienbaren tijd weer naar de toetsen zal verlangen”.

Rond 1930 staat het water de N.V. Piano- en Orgelhandel v/h H.P. Steenhuis na aan de lippen. De commissarissen dr. Boonacker, mr. Holthuis en mevr. Doornbos treden uit en de laatste wil zelfs haar vordering voor 85% laten vervallen. Stemmer A.P. Dooijes, reeds vanaf 1913 verbonden aan de firma, neemt genoegen met minder loon. Men blijft vertrouwen op betere tijden.

Periode 1930-1950

Het gaat in de jaren dertig beter met het bedrijf. De verliezen zijn weggewerkt en er wordt weer enige winst gemaakt . Gedurende de tweede helft van de jaren dertig neemt de nationale en internationale onrust toe, waarna in mei 1940 plotseling de bezetting een feit is.

Er zijn wederom donkere wolken aan het firmament verschenen. Collega’s in den lande worden herdacht wier bedrijf van de aardbodem is weggevaagd. Er is een tijd van grote zorg en onzekerheid aangebroken. Per 1 september 1941 is de invoer van piano’s uit Duitsland stopgezet. Toch is directeur Oosterheert niet bang dat de omzet direct zal droogvallen: er zijn nog tweedehands piano’s te verkrijgen en te verhandelen. Ook worden de contacten met klanten voor stem- en reparatiewerk zo goed en zo kwaad als het kan onderhouden.

De oorlogsjaren zijn zeer zware jaren. Het meeste personeel is tewerkgesteld of soms zelfs ondergedoken. Er wordt zoveel mogelijk onzichtbaar “kalm en rustig gewerkt”. Dan volgt de bevrijding door de Canadezen. In Groningen vindt deze plaats op 16 april 1945, waarbij de binnenstad, rond de Grote Markt, zware schade oploopt. Maar voor de N.V. Piano- en Orgelhandel v/h H.P. Steenhuis geschiedde er een wonder: “ons pand stond op 16 April 1945 nog geheel onbeschadigd te midden van vele ruïnes. Slechts een van de etalageruiten bleek gebarsten.”

Na de bevrijding wordt het werk spoedig hervat. De import van piano’s komt echter moeilijk op gang. Instrumenten mogen alleen op een aankoopvergunning worden geleverd en een dergelijke vergunning wordt alleen aan muziekleraren, muziekscholen en conservatoria verstrekt. Er werd in deze jaren dan ook alleen verdiend aan de handel in gebruikte instrumenten en aan de zeer druk bezette reparatie-afdeling.

In 1948 bestaat het bedrijf 50 jaar en constateert de directeur van H.P. Steenhuis vreugdeloos “dat we ook het oudste Groningse pianobedrijf zijn, want van de in het wereld adresboek van 1906 vermelde Groningse muziekinstumentenhandelaren: Bachman, Bruins, Dik le Clerq Spinder, Wolthers en H.P. Steenhuis, is alleen de laatste over.” Er wordt weinig aandacht aan het jubileum geschonken.

Periode 1950-1960

Hier onder een oud filmpje zonder geluid uit ongeveer 1960 grotendeels gemaakt in de werkplaats van H.P. Steenhuis aan de Oude Boteringestraat  in Groningen

Mede door de belastingen (18% invoerrecht en 15% weeldeverteringsbelasting) zijn de prijzen van nieuwe piano’s hoog, waardoor de handel in nieuwe instrumenten aanvankelijk nog moeizaam verloopt. In 1953 wordt geconstateerd dat de invoer van de piano’s maar liefst is gehalveerd. Maar de economie trekt aan en daarmee ook de vraag naar piano’s. Duitse fabrikanten kunnen niet aan deze vraag voldoen: in 1955 moet H.P. Steenhuis zes maanden wachten op nieuwe bestellingen uit Duitsland. Aankopen door consumenten worden dat jaar maanden uitgesteld i.v.m. de verwachte verlaging van de weeldebelasting van 15% naar 5%, die uiteindelijk pas doorgang vindt per 1 september. Nog altijd worden er meer gebruikte piano’s verhandeld dan nieuwe. In 1959 komt de directeur I.R. Oosterheert te overlijden. Zijn taken worden overgenomen door zijn weduwe, die als directrice wordt aangesteld en door de heer T.W. Bakker, die al meer dan 35 jaar aan de firma verbonden is, die als bedrijfsleider wordt aangesteld. Ondanks de zgn. bestedingsbeperking (rond 1958) zijn het goede jaren voor de N.V. Piano- en Orgelhandel voorheen H.P. Steenhuis. En dit zal alleen maar beter worden in het volgende decennium onder de bekwame leiding van de heer Bakker.

Periode 1960-1988

Jaap Plenter met de transportauto +/- 1935

Jaap Plenter staat  bij de transportauto +/- 1935

Tijdens het bestaan van H.P. Steenhuis piano’s en vleugels zijn er vele jubilea gevierd. De heer Bakker was in 1948 al 25 jaar in dienst en eind 1959 viel deze eer te beurt aan de heer Plenter, die tezelfdertijd tot chef van de reparatie-afdeling werd benoemd. Een terugkerend fenomeen onder alle generaties pianostemmers, tot aan de huidige tijd toe, is dat zij het prettig te vinden om na het bereiken van hun pensioenleeftijd (65) nog rustig een beetje door te stemmen; zo ook de heer A.P. Dooijes. In 1963 wordt het 50-jarig jubileum van de heer Dooijes en het 40-jarig jubileum van de heer Bakker groots gevierd. In 1974 vierde Plenter zijn 40-jarig jubileum.

 

De verkoop van piano’s en vleugels vertoont in de jaren ’60 een stijgende lijn met een kleine aarzeling in 1969 om daarna in de jaren ’70 weer met grote sprongen vooruit te gaan. De handel in electrische orgels loopt slecht. Goede afnemers in de jaren ’70 waren de Muziekschool en het Conservatorium, waar tientallen instrumenten heengingen. Tengevolge van de groei wordt ook het personeelsbestand uitgebreid. Namen van medewerkers uit deze tijd zijn: Bakker, Plenter, Rozema, Buisman, Dalinga, Darneviel (politoerder), Thiescheffer, Strengholt (boekhouder), Hofman, Rutgers (uit gesloten Andreasfabriek), Koops (uit gesloten Rippenfabriek).

In verband met wijzigingen in de regelgeving wordt in 1972 besloten de rechtsvorm van H.P. Steenhuis om te zetten van een naamloze vennootschap naar een besloten vennootschap. De beide commissarissen, S.J. Ritsema (sinds 1931) en H.K. Bouwman, die ouder zijn dan 73, treden af en worden als adviseurs aan de firma verbonden. De heer Tom Oosterheert wordt tot nieuwe commissaris benoemd. In 1974 wordt de bedrijfsleider, de heer Bakker, opgevolgd door de heer C. Nauta. Een jaar later wordt Nauta benoemd tot directeur omdat mevrouw Oosterheert-Westerdijk als directrice wil terugtreden. De bedrijfsresultaten lopen in de tweede helft van de jaren ’70 terug. Na een herstel in 1980 gaat het verder bergafwaarts met het bedrijf. Het personeel wordt ingekrompen, maar dat mocht niet baten.

Periode 1988 – heden

In 1988 ziet men zich genoodzaakt het bedrijf te staken. Gelukkig zetten vier enthousiaste medewerkers -Beuving, Honebeeke, Koning,en Walters- het bedrijf voort als v.o.f. onder de naam H.P. Steenhuis Piano’s en Vleugels. Zij zagen het leegstaande kruidenierspand aan de Rijksstraatweg 34- 36 te Glimmen als een ideale, goed bereikbare, locatie om hun pianohandel en –reparatiebedrijf in voort te zetten. De sympathieke oud-ondernemer en eigenaar A. Janssen bleek bereid het pand eerst een jaar aan de jonge vennoten te verhuren, tot zij in staat waren tot koop over te gaan. Tien jaar later werd het oude winkelpand verbouwd tot een vriendelijk ogende, moderne pianoshowroom met royale werkplaats. Ongeveer 15 jaar later bleef Jan Koning als enige eigenaar over, nadat Herman Beuving was uitgetreden en René Honebeeke als stemmer voor zichzelf begon. De laatste woont op een steenworp afstand en komt dan ook nog regelmatig langs.

L’Histoire se répète: in het tweede decennium van de 21ste eeuw mocht H.P. Steenhuis, net als 40 jaar geleden, haar instrumenten leveren aan het Conservatorium in Groningen; ditmaal betrof het de vervanging van bijna alle destijds geleverde piano’s en vleugels. Zowel de instrumenten van de Muziekschool als die van het Conservatorium zijn bij H.P. Steenhuis in onderhoud. Veertig jaar geleden waren de Japanse piano’s erg in opkomst, heden ten dage de Chinese. Maar de in Europa gebouwde instrumenten zijn op het moment van schrijven kwalitatief nog altijd de beste en duurzaamste. Evenals in vroeger tijden weet men H.P. Steenhuis te vinden als kundig en betrouwbaar reparatiebedrijf. Het behoort tot de top vijf van Nederland en heeft bovendien twee van de acht gecertificeerde registertaxateurs voor piano’s en vleugels in dienst. Kortom, eindigend met de woorden van H.P. Steenhuis in 1899: “Geen beter adres, om tegen billijke prijzen uiterst solide pianino’s te koopen dan in den Piano-handel H.P. Steenhuis.” “De beste instrumenten uit de gerenommeerdste fabrieken zijn steeds in ruime keuze voorhanden.

Steenhuis historie promo

Youtube filmpje. Wim Stroman speelt “Birthday Marche” van H.P. Steenhuis.